GebouwKeurmerk.nl

Gevelkeurmerk.nl  Houtkeurmerk.nl  Staalkeurmerk.nl  Metaalkeurmerk.nl   zzpwebdesign.nl

Keurmerken en certificaten: Duurzaamheid van bouwmaterialen.

In de bouw is het met duurzaamheid en herkomst materialen beter geregeld dan bij onze dagelijkse voeding.

Breeam, FSC en PEFC zorgen ervoor dat de herkomst van de materialen te herleiden is.

De naam het nieuwe gebouwkeurmerk is: GEBOUWKEURMERK

Een gebouw is opgebouwd uit meerdere bouwdelen, die weer opgebouwd zijn uit meerdere bouwmaterialen. Het nieuwe keurmerk zorgt er voor dat er gekeken wordt naar de samenhang van de onderdelen en dat deze goed zijn aangebracht. 

Heeft u een bouwsysteem dat nog geen keurmerk heeft? Overal is over te praten.

We leggen dit keurmerk uiterlijk in 2025 voor aan de Raad voor Accreditatie.

Waarom pas in 2025 zult u zich afvragen. Tegen die tijd kan ik het stokje overdragen aan de jongere generatie van de familie.

Duurzaamheid

 

Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen, aldus de definitie van de VN-commissie Brundtland uit 1987.

De termen duurzaamheid en duurzaam gebruik komen van oorsprong uit de bosbouw. Later zijn ze ook in de visserijbiologie gebruikt. In beide gevallen was de betekenis verwant met begrippen uit de ecologie. Het ging er om de natuur zodanig te beheren dat de natuurlijke structuren en processen niet principieel werden aangetast. Concreet: aan visgronden en bossen mocht niet mťťr vis of hout worden onttrokken dan er door natuurlijke aanwas vanzelf weer bij zou komen. Het respecteren van deze Ďgebruiksruimteí betekent dat ook toekomstige generaties er gebruik van kunnen blijven maken.

Bij duurzame ontwikkeling is dus sprake van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen. Alle ontwikkelingen die op technologisch, economisch, ecologisch,politiek of sociaal vlak bijdragen aan een gezonde aarde met welvarende bewoners en goed functionerende ecosystemen zijn duurzaam.Duurzaamheid gaat over de schaarste van de hulpbronnen waarmee welvaart wordt voortgebracht, zowel nu als in de toekomst. De oppervlakte van de aarde is eindig; grondstoffen kunnen op raken; en de opnamecapaciteit van de atmosfeer en onze natuurlijke omgeving kent haar grenzen.

Brom wikipedia

Geschiedenis

ĎDuurzame ontwikkelingí is het kernbegrip in het rapport ĎOur Common Futureí, dat in 1987 werd uitgebracht door de VN-Commissie Brundtland. Dit rapport staat ook wel bekend als hetBrundtland-rapport, genoemd naar de Noorse ex-premier Gro Harlem Brundtland, die voorzitter was van deze commissie. Brundtland legde een duidelijke verbinding tussen economische groei,milieuvraagstukken en armoede- en ontwikkelingsproblematiek. Het rapport stelt dat armoede een belemmering vormt voor duurzaam gebruik van de natuurlijke omgeving en dat integratie vannatuurbehoud en economische ontwikkeling nodig is voor duurzame ontwikkeling.

Een andere mijlpaal was het Biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro in 1992. De lidstaten spraken op deze VN-conferentie af om nieuw beleid te ontwikkelen voor milieu en ontwikkeling. Het nieuwe ontwikkelingspatroon dat voor alle landen werd vastgesteld, werd duurzame ontwikkeling genoemd. In 2002 werd de grootste VN-conferentie tot dan toe gehouden: de Wereldtop voor duurzame ontwikkeling in Johannesburg, Zuid-Afrika.

Tijdens deze conferenties werd vastgesteld dat het niet vanzelfsprekend is dat de huidige welvaart in Westerse landen tot in lengte van dagen op hetzelfde hoge peil kan worden gehouden. Dit komt door de schaarste van de hulpbronnen, waarmee we dus verantwoord moeten omgaan. We dienen al onze hulpbronnen efficiŽnter te gaan gebruiken en zuiniger om te springen met energieen biodiversiteit. Daarnaast moeten we investeren in kennis en onderwijs, zodat er technologieŽn kunnen worden ontwikkeld waarmee latere generaties met minimale inzet van schaarse grondstoffen en fossiele energie een aanvaardbaar welvaartsniveau voor zichzelf kunnen creŽren.

Duurzaamheid wordt gekenmerkt door grote onzekerheden over de toekomst. Duurzaamheid gaat namelijk over de lange termijn en hoe langer de termijn, hoe groter de onzekerheden. Vooral als het gaat om demografie, technologische ontwikkelingen en de draagkracht van onze leefsystemen.

Duurzaamheid in Nederland

Vanaf de Tweede Wereldoorlog is het gemiddelde inkomen, de gezondheid en het opleidingsniveau in Nederland aanzienlijk toegenomen[bron?]. De kwaliteit van bodem, water en lucht is de laatstedecennia sterk verbeterd[1], hoewel we, als dichtbevolkt land, vergeleken met Europa nog relatief veel schade aan natuur en gezondheid ondervinden door de lokale milieuvervuiling (bijvoorbeeldfijnstof).

De grootste Ďzorgen voor morgení zijn dan ook de klimaatverandering, het verlies van biodiversiteit en het op raken van grondstoffen. Vooral de problemen op het vlak van klimaatverandering en biodiversiteit zijn lastig, omdat voor oplossingen een internationale aanpak nodig is. Maar dat mondiale duurzaamheidsproblemen Ėondanks de vele VN-conferenties- niet altijd even makkelijk gezamenlijk kunnen worden opgelost, blijkt alleen al uit het feit dat de VS weigerde om het Ėvoor de bestrijding van het versterkte broeikaseffect- zo belangrijke Kyoto-protocol te ratificeren, uit angst voor een terugval van de Amerikaanse economie.

In de Nederlandse natuur is op het land nog maar 15% van het oorspronkelijke aantal soorten dieren en planten over. Ook in de rest van de wereld staat de nog aanwezige biodiversiteit zwaar onder druk, vooral als gevolg van de landbouw. Met de huidige trends zal het tempo van biodiversiteitsverlies waarschijnlijk zelfs versnellen. Ook Nederland legt via consumptieve bestedingen een relatief groot beslag op de natuurlijke hulpbronnen van andere landen. Voor mondiale duurzaamheid is een verhoging van de landbouwproductiviteit nodig. Het omstreden genetisch manipuleren kan hiervoor een oplossing zijn. Verhoging van de landbouwproductiviteit per m≤ is gunstig voor het armoede- en voedselvraagstuk en voor de biodiversiteit. Het uitbreiden van landbouwgronden in de tropen leidt in veel gevallen tot verlies van leefgebied voor wilde dieren en Ėplanten. Naast landbouwtechnologie zou terugdringen van vleesconsumptie (de vraagkant) een mogelijke oplossing kunnen zijn. Wereldwijd is overigens sprake van een toename van vleesconsumptie: vooral in landen die zich aan het ontwikkelen zijn wordt steeds meer vlees gegeten.

Duurzaamheid en duurzame ontwikkeling zijn de afgelopen twintig jaar gevestigde begrippen geworden. Voor allerhande activiteiten en producten zijn duurzame varianten ontstaan. Dit varieert van de aankoop van ecologisch verantwoord voedsel, duurzaam hout (FSC) en fair trade-koffie met Max Havelaar-keurmerk, tot duurzaam bouwen en klussen, en van duurzaam beleggen en duurzaam bankieren tot duurzame energie. Er wordt tegenwoordig zelfs een duurzaam nationaal inkomen gemeten en ook het duurzaam ondernemen, compleet met duurzaamheidsverslagen, neemt een hoge vlucht.

Nederland gebruikt verhoudingsgewijs veel grondstoffen uit lage-inkomenslanden in Afrika, Zuid-AziŽ en Latijns-Amerika en heeft daarmee een grote ecologische voetafdruk. Het aandeel van natuurlijke hulpbronnen uit invoer per persoon behoort tot de hoogste in Europa. Na bewerking tot eindproduct wordt die invoer overigens voor een groot deel weer uitgevoerd naar andere Europese landen. Enerzijds draagt Nederland met deze invoer bij aan de economische ontwikkeling in de landen van waaruit wordt ingevoerd, anderzijds draagt de invoer bij aan verlies aan natuur en wordtklimaatverandering er door bevorderd. Ook zijn er negatieve effecten voor de lokale kwaliteit van lucht, water en bodem. De CO2 uitstoot die het gevolg is van consumptie door Nederlandse huishoudens is naar mondiale maatstaven groot. Ondanks het hoge consumptieniveau is het ruimtegebruik per Nederlander ongeveer gelijk aan het wereldgemiddelde. Dit komt vooral omdat zowel binnen als buiten Nederland gebruik wordt gemaakt van landbouwgronden met een hoge productiviteit. Door de hoge bevolkingsdichtheid is de totale ruimte die nodig is om de consumptie van Nederlanders voort te brengen, toch nog circa drie keer het landoppervlak van Nederland. Om de mondiale problemen van ruimtegebruik, grondstoffen en energie te verkleinen zijn er in theorie drie mogelijkheden:

  1. Afname van de bevolkingsomvang.
  2. Technologische ontwikkeling van consumptie- en productiemethoden die duurzaam zijn.
  3. De consumptie van materiŽle goederen aanpassen, genoemd Consuminderen.

Tot op heden is in Nederland voornamelijk aangestuurd op het inzetten van technologie. Dat blijkt echter niet genoeg om de effecten van bevolkingsgroei in Nederland en de groei in consumptie en het consumptiegedrag te compenseren.

Ontwikkelt Nederland zich nu wel of niet in een duurzame richting? Om enig zicht op deze vraag te krijgen heeft het kabinet in het kader van de Kabinetsbrede Aanpak Duurzame Ontwikkeling (KADO), aan het Centraal Bureau voor de Statistiek en de Planbureaus (Centraal Planbureau, Planbureau voor de Leefomgeving en Sociaal en Cultureel Planbureau) gevraagd om een Monitor Duurzaam Nederland te maken waarin de hulpbronnen in kaart worden gebracht die voor de huidige en toekomstige generaties van belang zijn in hun streven naar welvaart. In deze monitor wordt een breed welvaartsbegrip gehanteerd, waarin naast de materiŽle welvaart ook andere aspecten worden meegenomen, zoals vrije tijd en schone lucht.

Volgens het WNF scoort Nederland slecht op het gebied van schone technologie, zoals de toepassing van duurzame productieprocessen en producten als ledlampen en zonnepanelen[2]. BelgiŽ,Duitsland, Frankrijk Spanje Slowakije, BraziliŽ, India en China steken Nederland de loef af.

Echter, volgens de 'Dow Jones Sustainability Indexes Review 2010' is Nederland, met deels- of compleet Nederlandse bedrijven, internationaal gezien, leider in vijf van de negentien 'supersectoren';Air France-KLM leidt in de sector 'reizen & vrije tijd', Akzo Nobel is koploper bij de chemiebedrijven, Koninklijke Philips Electronics N.V. voert de lijst aan bij de categorie 'persoonlijke en huishoudelijke goederen', TNT N.V. was de beste binnen de categorie 'industriŽle goederen en diensten', en Unilever N.V. kreeg de hoogste uitslag binnen de categorie 'voedsel- en drankbedrijven'.[3]

]Nederlandse denkers en opinieleiders

Duurzame 100

Het dagblad Trouw stelt jaarlijks de Duurzame 100 samen, waarin een opsomming gemaakt wordt van 100 Nederlanders die zeer actief zijn bij de belangenbehartiging van duurzame ontwikkeling. Enkele van de onder genoemde personen staan ook in deze top 100 vermeld.

Verkeerd gebruik duurzaamheid

CommerciŽle belangen

Duurzaamheid is een veel gebruikt concept in de consumptiemaatschappij. Maar veel commerciŽle artikelen die claimen duurzaam te zijn, zijn dit helemaal niet. Een product dat om de 4 jaar vervangen moet worden kan nooit duurzamer zijn dan een product dat 50 jaar mee gaat, tenzij de impact van de productie van deze producten meer dan een factor 12,5 met elkaar verschillen. Daarnaast worden veel producten die als duurzaam omschreven staan niet goed doorgerekend.

 

 

KEURMERK  ( bron: wikipedia )

Een keurmerk is een compact, visueel kwaliteitsoordeel over een product of dienst, afkomstig van een betrouwbare bron. Je ziet (visueel) dus in een oogopslag (compact) dat het product / de dienst in orde is bevonden (kwaliteitsoordeel) door een onafhankelijke, deskundige instantie (betrouwbare bron). De woorden keurmerk en certificaat worden vaak door elkaar gebruikt. Van oorsprong is echter het certificaat het papier waarop de keurmerkverlenende instantie verklaart dat een product of dienst aan zijn eisen voldoet. Dit certificaat geeft het recht om het keurmerk te voeren op of bij het product of de dienst. Het proces van keurmerkverlening wordt ook wel certificatie of certificering genoemd.

Voor certificatie van dienstverleners, zoals reisbureaus, garages, en verhuizers, wordt vaak het woord erkenningsregeling gebruikt. De term keurmerk is hiervoor net zo goed bruikbaar, zeker als de erkende bedrijven een keurmerklogo mogen voeren.

Wat is het nut van keurmerken?

Een keurmerk heeft nut voor zowel de consument (afnemer) als de leverancier van het product / de dienst.

Een keurmerk helpt de consument bij het beslissen over een aankoop. Dit is vooral nuttig als de consument onzeker is, en een eventuele miskoop tot behoorlijke schade kan leiden, bijvoorbeeld bij dure of onbekende producten en diensten (wasmachines, buitenlandse reizen, medische hulpmiddelen e.d.). Keurmerken zijn ook inzetbaar voor goede doelen, zoals producten die beter zijn voor het milieu, of die diervriendelijk zijn geproduceerd. Gerenommeerde merken, zoals ANWB, Nokia en Postbank, kunnen hetzelfde effect hebben als een keurmerk: consumenten hebben er zoveel vertrouwen in dat ze een onafhankelijk keurmerk niet meer nodig hebben. Deze merken zullen dan ook niet zo gauw een keurmerk aanvragen.

De leverancier onderscheidt zich met een keurmerk van zijn concurrenten, en kan zo proberen meer klanten aan te trekken. Uit de beoordeling die aan keurmerkverlening vooraf gaat, leert de leverancier bovendien of zijn product / dienst aan algemeen aanvaarde eisen voldoet, en op welke punten nog verbetering nodig is. Een leverancier die een keurmerk heeft dat goed bekend is bij het publiek, hoeft minder reclame te maken om zijn klanten te overtuigen, want dat doet het keurmerk al.

Welke keurmerken zijn er zoal?

Keurmerken zijn op verschillende manieren in te delen:

De catalogus van keurmerken van het Keurmerkinstituut bevat de meeste Nederlandse keurmerken en erkenningsregelingen voor niet-levensmiddelen, en diverse verwijzingen naar andere soorten keurmerken.

Totaal- of deelkeurmerk

Een totaalkeurmerk stelt eisen aan alle eigenschappen die voor de consument (afnemer) van belang zijn. Voorbeelden zijn Goedgekeurd Keurmerkinstituut en het GQ-keurmerk voor producten voor ouderen en gehandicapten. Een deelkeurmerk stelt alleen eisen aan een of enkele eigenschappen. Voorbeelden zijn het Milieukeur (een ecolabel) en KEMA-KEUR.

Beheersvorm

Goede keurmerken worden beheerd door een organisatie die onafhankelijk is van de leveranciers (aanvragers van het keurmerk), de afnemers (consumenten) inspraak geeft bij het opstellen van de keuringseisen, en de keuringen laat uitvoeren door onafhankelijke en deskundige onderzoekinstellingen en inspecteurs/keurmeesters. Ook moeten de producten/diensten met keurmerk regelmatig worden gecontroleerd, en er moet een goede klachten- en geschillenregeling zijn. Als aan al deze eisen is voldaan, kan het keurmerk worden erkend door de Raad voor Accreditatie. Dit is een vrijwillig keurmerk voor keurmerkverlenende organisaties. De meeste keurmerken hebben echter geen RvA-erkenning, velen omdat ze niet aan de RvA-eisen voldoen, anderen omdat ze er geen moeite voor willen doen of zich de kosten willen besparen.

Toegekend aan: product/dienst of bedrijf

Keurmerken worden niet alleen toegekend aan producten en diensten voor consumenten, maar ook wel aan de interne organisatie van een bedrijf. Bij dit laatste gaat het meestal om ISO 9001, of een daarvan afgeleid certificaat.

Toegekend aan: personen

Keurmerken kunnen ook aan personen toegekend worden. Er is dan sprake van een officieel vakbekwaamheidcertificaat dat onder RvA accreditatie is afgegeven volgens ISO/IEC 17024:2003. Bijvoorbeeld het certificaat NedCert BHV Bedrijfshulpverlener.


Deze tekst is met toestemming gebaseerd op de tekst van het Keurmerkinstituut.

Bron  Wikipedia

 ISO

Het ISO (Interstedelijk Studenten Overleg) is de grootste landelijke studentenorganisatie van Nederland en behartigt de algemene belangen van ruim 630.000 studenten aan universiteiten en hogescholen website iso.nl